Album Top 50 Deel 1

50. Michael Chapman :: 50

50.JPG

Voor het eerst ben ik niet zeker over de volgorde van mijn jaarlijst. Hoewel ik het voorbije jaar 214 nieuwe releases kocht, beluisterde en herontdekte ik ook veel erfgoed. Zo greep ik In de winter en vroege lente vooral terug naar de jaren ‘70, en dan meer bepaald naar het werk van Townes Van Zandt, Carly Simon, Elton John, Billy Joel en Jim Croce. Vervolgens vierde iedereen de vijftigste verjaardag van The Summer of Love. Ook ik vierde mee en beluisterde veel en graag de door Raymond Stroobant zorgvuldig samengestelde fraaie box die Radio 1 ter gelegenheid van dat gouden jubileum uitgegeven had. Er was ook de reissue van “Sgt. Pepper’s lonely hearts club band” en eindelijk kreeg de legendarische plaat de geluidsmix die ze al 50 jaar verdiende. Het gevolg was dat ik “Pepper” dit jaar meer beluisterd heb dan alle voorgaande keren in mijn leven samen. Vroeger vond ik “Sgt. Pepper” oubollig, maar dankzij Giles Martin sprankelt en knettert de plaat als nooit tevoren. Vervolgens kwam de herfst die reissues meebracht van onder meer R.E.M. Hun “Automatic for the people” beluisterde ik bijna dagelijks, samen met nog ander klassiek werk uit die periode. Niet te geloven dat die REM-klassieker al 25 jaar oud is. Ik had de plaat al minstens tien jaar niet meer beluisterd, maar ze klonk tot mijn verrassing nog even fris als destijds. Dit gouden jubileumjaar van The Summer of Love werd overigens feestelijk geopend door de Britse folk-artiest Michael Chapman, die 50 jaar carrière vierde met een nieuwe plaat. Het toepasselijk getitelde ‘50’ werd geproduced door de nieuwe gitaargod Steve Gunn, en dat is er jammer genoeg aan te horen, want ‘50’ klinkt meer als een Steve Gunn-plaat dan een Michael Chapman-plaat. Michael Chapman goes indierock op zijn 75ste, maar ik had liever nog eens een ouderwetse akoestische Chapman-plaat gehoord. ‘50’ is geen slechte plaat, anders zou ze niet in mijn jaarlijst staan, maar ik moet in de juiste mood zijn om er optimaal van te kunnen genieten.

 

49. Tift Merritt :: Stitch Of The World

49.JPG

Dit jaar zag ik de nog steeds bloedmooie Tift Merritt nog eens live. Ze mocht het voorprogramma van Jason Isbell en zijn 400 vriendjes verzorgen in de AB, maar jammer genoeg kreeg ze slechts een half uurtje speeltijd toebedeeld. Veel te weinig natuurlijk. Tift Merritt had dan ook al lang zelf een hoofdact moeten zijn, maar zij heeft, zoals zovele getalenteerde singer-songwriters van haar generatie, de tijd tegen. Dan hebben haar voorbeelden Carole King, Emmylou Harris en Carly Simon meer geluk gehad. Net zoals haar illustere voorgangers zou Tift in de jaren ‘70 zeker en vast ook een icoon geworden zijn. Nu blijft ze in de marge ploeteren, maar gelukkig verliest ze de moed niet. Ze zocht voor deze nieuwe plaat zelfs nieuwe muzikale paden op, waarbij ze onderweg Sam Beam tegenkwam. Beam produceerde Tift haar nieuwe plaat en bracht met gitarist Marc Ribot, pedal steel-speler Eric Heywood en drummer Jay Bellarose een droomcast aan topmusici mee naar de studio. Beam zelf beroerde ook de akoestische gitaar. Eén en ander leidde ertoe dat ‘Stitch of the world’ wat weg heeft van een Iron & Wine-plaat, zij het dan met de immer verleidelijke, weelderige stem van Tift Merritt.

 

48. Shelby Lynne & Allison Moorer :: Not Dark Yet

48.JPG

Enkele jaren geleden, toen ze nog getrouwd was met Steve Earle, vertrouwde Allison Moorer me na een concert toe dat ze aan een project met zus Shelby Lynne werkte. Het heeft uiteindelijk nog een hele tijd geduurd, maar dit jaar verscheen dan eindelijk die langverwachte duoplaat van de beide zussen. De titel voorspelde echter niet veel goeds, want die deed vermoeden dat het om een coveralbum ging. Het zou toch niet waar zijn zeker? Helaas werd mijn vermoeden even later bevestigd toen bleek dat ‘Not dark yet’ in een americana-kleedje gestoken werk van onder meer Bob Dylan, Nick Cave en Nirvana bevat en slechts één originele compositie. Niet dat het een slechte plaat opleverde, maar van deze twee prinsessen van de americana had ik graag een hele plaat origineel werk gehoord. Nu moeten we het stellen met die ene afsluitende track, het ronduit schitterende ‘Is it too much?’. Ik kaats de vraag terug, lieve Shelby en Allison: Is het te veel gevraagd om, al was het maar voor één keer, samen een heel album te schrijven?

 

47. Eilen Jewell :: Down Hearted Blues

47.JPG

Het moest er ooit eens van komen dat Eilen Jewell een plaat met blues-covers zou opnemen. De keren dat ik haar live zag, smeet ze zich telkens vol overgave in covers van onder meer Bessie Smith, Billie Holiday en Memphis Minnie. Eilen voert je daarbij vanzelf mee naar die oude tijden middels haar donkerrode, fluwelen stem. Het is haar heerlijke stem die deze coverplaat boven zichzelf doet uitstijgen en nu in mijn jaarlijst doet belanden.

 

46. HT Roberts :: Stalemate Days

46.JPG

Herman Temmerman kwam ik dit jaar zowaar op Strava tegen. Ook Herman blijkt een gedreven wielertoerist te zijn, wat me doet vermoeden dat hij zijn inspiratie voor nieuwe songs wellicht tijdens zijn vele fietstochten opdoet. Ik kwam Herman overigens ook nog eens live tegen, en dat was veel te lang geleden. Samen met Bruno Deneckere stelde hij zijn nieuwe, kleine maar fijne liedjes voor in het uit zijn as herrezen Toogenblik, nog altijd ‘s lands gezelligste folkclub. ‘Stalemate days’ groeide uit tot één van mijn herfstplaten van het jaar; eentje die ik bij voorkeur ‘s nachts, als de hele ranch eindelijk in stilte gehuld was, tot mij nam.

 

45. Sam Baker :: Land Of Doubt

45.JPG

Land van twijfel, plaat van twijfel. Jazeker, voor het eerst twijfel ik aan een nieuwe plaat van Sam Baker. Maar omdat Sam één van de liefste mensen is die ik ooit heb ontmoet, krijgt hij altijd een plaats in mijn jaarlijst. Sam krijgt trouwens de kans om mijn twijfel over zijn nieuwe songs weg te nemen als ik hem nog eens live zal zien, volgende maand in de doopsgezinde kerk in Middelburg of all places.

 

44. Grayson Capps :: Scarlett Roses

44.JPG

Nog tamelijk vers, want nog maar drie weken oud, en dus niet al te hoog in mijn jaarlijst deze nieuwe soloplaat van Grayson Capps. Zes jaar was het geleden dat ‘The lost cause minstrels’, de laatste soloplaat van Grayson, verschenen was. Niet dat Grayson in slaap gesukkeld was overigens. In de tussenperiode was hij onder meer actief als lid van de americana supergroep Willie Sugarcapps. Maar met ‘Scarlett Roses’ is Grayson Capps helemaal terug en neemt hij de draad op waar hij hem 10 jaar geleden had laten vallen na het album ‘Wail & ride’. Geen hardrock-toestanden meer dus zoals op zijn vorige ‘The lost cause minstrels’, maar heerlijke doorleefde americana-songs.

 

43. Malcolm Holcombe :: Pretty Little Troubles

43.JPG

Malcolm Holcombe heeft nog nooit verlegen gezeten om nieuwe, aanstekelijke liedjes. Ook op zijn nieuwe, zoveelste album schudt hij weer een dozijn juweeltjes uit de mouw van zijn tot de naad versleten jas. Malcolm zijn robuuste folk- en countryblues wordt deze keer onder handen genomen door multi-instrumentalist en producer van dienst Darrell Scott, wat geresulteerd heeft in Malcolm zijn meest verfijnd gearrangeerde plaat. Door toedoen van Scott betrad Malcolm zelfs nieuw onbekend terrein met het Keltisch klinkende ‘The eyes of Josephine’, meteen ook hét hoogtepunt van ‘Pretty little troubles’.

 

42. Cat Stevens / Yusuf :: The Laughing Apple

42.JPG

Dé verrassing van het jaar wat mij betreft, deze comeback-plaat van Cat Stevens. Deze plaat herenigde Cat Stevens met zijn oude producer Paul Samwell-Smith en zijn oude gitarist Alun Davies. Zijn oude vrienden inspireerden Stevens ertoe een aantal van zijn vroegste songs opnieuw op te nemen. Samen met een handvol nieuwe songs resulteerde ‘The laughing apple’ in Stevens zijn mooiste plaat sinds het klassieke tweeluik ‘Tea for the tillerman’ en ‘Teaser and the firecat’.

 

41. Elliott Murphy :: Prodigal Son

41.JPG

Gaspard Murphy bereikte dit jaar op zijn 27ste waar zijn vader Elliott Murphy al zijn hele carrière van droomt. Gaspard scoorde, als gast-vocalist van het Franse dance-duo Ofenbach, namelijk een wereldhit met ‘Be mine’. Voor de vierde keer op rij producete Gaspard ook de nieuwe plaat van z’n pa. Het is dan ook dankzij Gaspard dat de laatste platen van vader Elliott niet meer zo amateuristisch overkomen als zijn werk uit de periode 1978-2008. De weelderige arrangementen en de volle gedetailleerde productie van Gaspard doen Elliott zijn immer aanstekelijke liedjes ook nu weer openbloeien in al hun melodieuze pracht, maar het leverde Elliott alweer geen wereldhit op. Misschien moest Elliott ook maar eens een liedje gaan zingen bij Ofenbach.

Advertenties

Een gedachte over “Album Top 50 Deel 1

Reacties zijn gesloten.